In het volgende zal ik proberen te omschrijven hoe 'de kunst van het kijken' werkt voor iemand die het waargenomene driedimensionaal in steen gestalte wil geven. Al zijn voor het vormen met klei of was - teneinde tot een bronzen sculptuur te komen - technisch gezien geheel andere technieken nodig (men voegt toe, in plaats van de steen laag voor laag af te pellen), het probleem van de waarneming blijft identiek.
afbeelding 1 - ambiguïteit
kleimodel - hoogte 24 cm |
cararramarmer - hoogte 42 cm |
De aanleiding
tot het hakken van dit beeld was een kiezelsteentje dat ik eens in het grind
vond: een piepklein torsje op mijn pad. Een prachtig steentje, met onmiskenbaar
menselijke vormen, dat echter in het midden liet of het een mannetje was of
een vrouwtje. Ik bewaarde het lange tijd en gebruikte het op een gegeven moment
als modelletje voor een kleibeeldje, met de bedoeling er een bronsafgietsel
van te maken. Tot op heden is dat nog steeds niet gebeurd. Wel stond het kleibeeld
model voor een grotere tors, die ik in de zomer van 1996 in Carrara (Italië)
hakte. De steen (Carrara-marmer) haalde ik uit een groeve niet ver van de plaats
waar eens Michelangelo het marmer voor zijn David uit de bergen haalde.
Bij het maken van dit beeld wist ik op een gegeven moment niet meer precies
hoe ik verder moest. Ik beschikte slechts over een relatief smal rechthoekig
blok marmer. Praktisch gezien had ik te weinig ruimte om borsten of een borstkas
uit te hakken, maar anderzijds wilde ik ook niet zo ver gaan dat ik de integriteit
van het afgebeelde geweld zou aandoen.
Het was de historisch-wijsgerig pedagoge Lea Dasberg die - na beschouwing van
dit beeld - mij opmerkzaam maakte op de Franse schrijver Romain Rolland die
in zijn studie over Michelangelo vrijwel dezelfde problematiek aanroert. Zij
schreef me naderhand:
"Op de vraag waarom hij zoveel beelden
van vrouwenfiguren niet afgemaakt had, antwoordde Michelangelo: 'Maar ik maak
ze toch niet, ik onthul ze alleen; ik schil de steen om hen heen af om ze er
zo uit te bevrijden, maar soms word ik plotseling onzeker van wat de schil is,
en waar precies het lichaam verder gaat, en dan durf ik niet verder teneinde
het lichaam niet te raken'. Toen ik jaren na lezing daarvan in Florence kwam
en naar de Galleria della Academia ging en daar inderdaad ettelijke van zulke
niet ten volle bevrijde lichamen zag, kon ik wel huilen, èn van de schoonheid,
èn van de aangrijpende dramatiek. (...) Maar nu terug naar jouw beeld:
deze vrouw is niet zo diep verborgen als de torso's die ik me van Michelangelo
herinner. Bij jou is het meer een kwestie van versluiering. (...) Toen mijn
hulp de foto van het beeld zag, vroeg ze wat het 'onaffe' deel betekende, en
toen hoorde ik mijzelf spontaan antwoorden - niet met het verhaal van Romain
Rolland - maar met: 'een vrouw geeft zich nietzelf niet meteen helemaal', wat
haar als antwoord heel erg aansprak".
Beter dan Lea Dasberg had ik de totstandkoming van dit beeld niet kunnen omschrijven,
al blijft de vraag of we hier met een vrouw, dan wel met een man te maken hebben.
De kwestie blijft ambigue.
De steen voor het volgende beeld haalde ik uit een steengroeve in de Dordogne in de buurt van Beaumont (Frankrijk). Na het vele hakken in middelharde steensoorten wilde ik eens de zachtere Franse kalksteen uit proberen. Evenals het beeld hierboven had ik nu ook de beschikking over een rechthoekig stuk steen, dat echter zeer smal was. De 'patron' van de groeve betwijfelde of ik er een tors uit kon maken. Naar mijn idee kon dat wel, als ik vooral in de taille maar diep genoeg ging. Mij stond vanaf het begin voor ogen dat de aanvankelijke vorm van de strak uitgezaagde zichtbaar moest blijven. Ik werkte zonder model.
afbeelding 2 - torsie
franse kalksteen - hoogte 58 cm
Uit dit beeld blijkt hoezeer ik geprobeerd heb in
het tussengebied van abstractie en concretie te opereren. Ik wilde abstraheren,
zonder echter de oorspronkelijke vorm van de vrouwelijke figuur uit het oog
te verliezen. Zowel in de schilderkunst als in de beeldhouwkunst is dit een
van de moeilijkste opdrachten die men zichzelf kan geven. Uiteraard, een academisch-naturalistische
sculptuur van een mensfiguur hakken is een opgave die weliswaar aangeleerd kan
worden, maar waarvoor men toch de nodige kennis en inzichten moet hebben, alsmede
een behoorlijke dosis uithoudingsvermogen.
Wil men een interpretatie van een mensfiguur geven door de figuur te abstraheren,
dan staat men voor een heel ander probleem. Hoe verder doorgevoerd de abstractie
is, hoe groter de kans dat de spanning verdwijnt en het beeld zich verliest
in oninteressante vormen. Zulke beelden nodigen niet uit tot langdurige beschouwing.
Het oog glijdt er als het ware oppervlakkig overheen.
Het is juist de kunst een beeld neer te zetten op het punt waar de natuurlijke,
concrete vorm ophoudt en de abstractie begint. In dit streven is men op zoek
naar de essentie van de af te beelden figuur.
Ook bij het volgende beeld ben ik uitgegaan van
een massief rechthoekig stuk marmer, in dit geval groen dooraderd rose-beige
Portugees marmer.
Tijdens het modelboetseren had ik een liggend vrouwelijk naakt als model. Ik
boetseerde haar zowel in was als in klei. Al tijdens het boetseren wist ik dat
ik het wasmodel als voorbeeld voor een beeld in steen zou gaan gebruiken. Daarom
hield ik de vormen zoveel mogelijk gesloten.
afbeelding 3 - mariëlle 1
portugees marmer - lengte 74 cm
Tijdens het hakken ontstond langzamerhand het idee beeld en sokkel onverbrekelijk met elkaar te verbinden. De liggende figuur rijst als het ware uit de sokkel op. Door de haren als verbindend element te gebruiken wordt een effect van eenheid verkregen.
afbeelding 4 - mariëlle 2
franse kalksteen - lengte 60 cm
Omdat ik nog in het bezit was van een rechthoekig gezaagd stuk Franse kalksteen uit de Dordogne en ik wilde weten welk effect een ruwere niet polijstbare steen op een dergelijk delikaat onderwerp zou hebben, besloot ik een tweede exemplaar van hetzelfde model uit te hakken. De aard van de steen bracht met zich mee dat ik de haren in een soort schelpvorm liet uitwaaieren.
Meestal volg ik de omgekeerde weg. Dan laat ik mij
volkomen leiden door de vorm van de ruwe steen, die in wezen - indien goed gekozen
- vrijwel 'af' is. Het zoeken naar een geschikte steen is dan minstens even
belangrijk als het hakken zelf. De steen kan aanspreken door de torsachtige
vorm bijvoorbeeld, of een kop, een bilpartij of iets dergelijks. Als beeldhouwer
hoef ik alleen maar de door mij noodzakelijk geachte vorm te accentueren, een
'touch' te geven, die de ruwe steen op slag tot een borst, een rug of een schouder
maakt.
Al vormen het voorbereidend zoeken en kijken in deze opzet een groot deel van
de werkzaamheden, het hakken zelf (in dit geval een keuze voor het harde en
weerbarstige onyx) en het polijsten daarna, maken dat ook deze werkwijze uiteindelijk
een langdurig proces is.
afbeelding 5 - transparant
onyx - hoogte 38 cm
De keuze voor onyx is riskant. Weinig beeldhouwers
maken van deze harde, snel splinterbare steen gebruik. Daarom is het noodzakelijk
al snel van vijlen en raspen gebruik te maken. Maar het resultaat is er dan
ook naar....
Dit transparante resultaat is verrassend, omdat van te voren in de verste verte
niet vermoed kan worden hoe de uiteindelijk gepolijste kleuren er zullen gaan
uitzien.
De ruwe steen trok mij al vanaf het eerste moment aan. Ik zag er een tors in,
die ik bij wijze van spreken alleen nog maar hoefde uit te hakken. Ik liet mij
bij deze werkwijze (taille directe) volledig leiden door de vorm van de steen,
zodat er uiteindelijk een vrij gedrongen figuur is uitgekomen. Door het bovenste
gedeelte onbewerkt te laten, heeft het geheel toch een zekere elegantie gekregen.
Deze tors, die in wezen een relief is, kan vrij op een sokkel staan, maar leent
er zich ook uitstekend voor om op twee haken aan de muur bevestigd te worden.
Bij de uit rood-rose travertijn uitgehakte Eva met
de slang heeft zich een ongeveer identieke procedure voorgedaan. Allen nu zocht
ik bewust naar een steen, die paste bij een door mij naar het voorbeeld van
de bekende rug van Picasso (1912) uit zijn 'blauwe periode' geboetseerd beeldje,
dat ik later als relief in brons heb gegoten
afbeelding 6 - eva
travertijn - hoogte 60 cm
Omdat ik nog veel materiaal aan de linkerkant van het beeld over had, besloot ik die enorme partij niet weg te hakken, maar de vorm van de steen zoveel mogelijk te respecteren. Daarom liet ik tegen het lichaam van de (nog anonieme) vrouw een slang op kruipen. Zo werd Eva geboren...
Eigenlijk is met Picasso's rug alles begonnen. Deze
rug loopt als een soort rode draad door heel mijn werk, een thema waarop ik
nog steeds niet ben uitgekeken. Zo liet ik een model op dezelfde manier zitten
als Picasso de vrouw liet doen, die als model diende bij het schilderen van
zijn bekende blauwe rug.
Toen bleek tot mijn verrassing dat een dergelijke houding vrijwel onmogelijk
was, alleen uitvoerbaar door bijzonder acrobatische typen. Het is interessant
dat dit uit Picasso's schilderij niet blijkt. De beeldhouwer, die niet volledig
wil vervormen, heeft het wat dat betreft moeilijker dan de schilder die in het
tweedimensionale vlak blijft werken.
Eerst goot ik het hierboven genoemde relief uit klei in brons.
afbeelding 7 - picasso (reliëf)
brons - hoogte 18 cm
Bovendien boetseerde ik zowel met klei als met was hetzelfde onderwerp; nu met behulp van Annerieke, mijn jongste dochter, die ik vroeg in de onmogelijke houding te gaan te zitten. Ik goot het vervolgens in brons.
afbeelding 8 - annerieke
brons - hoogte 18 cm
Dan is er ook nog een tussenweg. De ruwe steen,
die zich meestal plotseling en onverwacht aandient, lijkt op zich vormloos en
doet misschien heel in de verte aan iets tastbaars denken. Toch intrigeert de
steen en krijgt hij voor mij langzamerhand betekenis. Ik ga dan wel de steen
tot op zekere hoogte binnen, maar laat op door mij bepaalde plaatsen de ruwe
steen zo veel mogelijk in tact. Met andere woorden, ik vervorm zo weinig mogelijk
en raak uit respect voor de steen de oorspronkelijke essentie niet aan.
Voortbordurend op het picassothema krijgt men dan bijvoorbeeld het volgende
resultaat.
afbeelding 9 - picasso
serpentijn - hoogte 40 cm
De laatste fase, die voor pure abstractie
ligt, is die van het zoeken naar de essentie van het afgebeelde waarbij tot
op zekere hoogte nog herkenbare vormen te herkennen zijn. De steen wordt zoveel
mogelijk in tact gelaten.
We raken hier het grensgebied, de tussenwereld tussen beeldend vormen en het
exposeren van door de natuur gevormd materiaal. de zogenaamde 'objets trouvés',
waarvan op de volgende pagina enkele voorbeelden zullen worden getoond.
Hieronder volgen enkele voorbeelden van beelden die dit tussengebied illustreren.
Wat mij betreft spreken de beelden voor zich en is commentaar eigenlijk overbodig.
Zoals wellicht duidelijk geworden is probeer ik in mijn werk deze fase zoveel
mogelijk te vervolmaken.
afbeelding 10 - torsje
serpentijn - hoogte 21 cm
afbeelding 11 - tors
rapok - lengte 46 cm
afbeelding 12 - tors
travertijn - hoogte 52 cm
afbeelding 13 - torsje
franse kalksteen - hoogte 17 cm
Deze bruin-zwarte steen, die erom vroeg tot een tors te worden omgetoverd, trok me vooral aan door de specifieke scheve vorm. Die wilde ik in elk geval in stand houden. Het zou dus een half liggende tors moeten worden. In alle eenvoud straalt er een enorme rust van dit beeld uit.
afbeelding 14 - tors
serpentijn - hoogte 35 cm
Ook deze zwarte liggende manlijke tors bevindt zich in het tussengebied van
ruwe steen en bewerkte vorm. Op afstand beschouwd wekt het beeld de indruk een
enorm massief brok gepolijste steen te zijn. Pas bij nadere beschouwing blijkt
dat er menselijke vormen aan te ontdekken zijn.
afbeelding 15 - tors
serpentijn - lengte 44 cm
De volgende beelden hebben alle een bepaald thema als onderwerp.
Zo is dit beeld van drie verschillende zijden te bekijken. De rug met de naar
voren gestrekte arm aan de ene kant lag voor de hand. Met de kop aan de tweede
kant lag het moeilijker vanwege de ruimte voor de neus; het werd uiteindelijk
een jezuskop. De derde zijde liet ik onbehandeld vanwege de schitterende natuurlijke
dolomietachtige roodbruine vormen.
Het beeld kan steeds weer opnieuw gekanteld worden, afhankelijk van de zijde
die getoond wil worden.
afbeelding 16 - triangulair
grijze opaal - hoogte 23 cm
Bij het hakken van dit beeld liet ik mij inspireren door de eerste zwangerschap
van mijn oudste dochter Fenke. De schelp is hier het omhulsel van het nog ongeboren
leven in de baarmoeder. De liggende houding straalt rust en verwachting uit
afbeelding 17 - verwachting
groene serpentijn - lengte 42 cm
afbeelding 18 - detail
Weer daagde een brok onyx mij uit. Ik wilde een amazone te paard maken, maar
al snel hoorde ik tijdens het hakken aan de klank van de harde steen, dat ergens
een verborgen breuk moest zitten. Dat bleek te kloppen, want al gauw sloeg ik
ongeveer een kwart van de steen af. Het was niet moeilijk beide stukken een
nieuwe bestemming te geven. Het grootste deel deed onmiddellijk aan een mammoet
of een knielende olifant denken. Van het andere deel maakte ik een schelp. De
wonderlijke gepolijste onyxkleuren van de massieve en ingetogen olifant waren
uiteindelijk een verrassing.
afbeelding 19 - olifant
onyx - hoogte 30 cm
Omdat mijn oudste kleinzoon Mats indertijd zo van dolfijnen en walvissen hield, hakte ik voor zijn tweede verjaardag dit goedmoedige zeewezen. Wie nauwkeuriger kijkt kan er echter ook een vogeltje in zien.
afbeelding 20 - walvis
serpentijn - lengte 30 cm.
Voor mijn eerste beeld koos ik bewust voor ronde vormen waarvan ik alle maten
en richtingen naar aanleiding van een op het strand gevonden wulk kon berekenen:
een leeropdracht! Het resultaat was een exacte kopie van het ettelijke malen
vergrote schelpje.
Sinds enige tijd fungeert de schelp als ornament op het graf van mijn ouders,
ditmaal als symbool voor verdwenen en afgestorven leven. Het omhulsel - het
beeld dat ik van mijn ouders heb - blijft bestaan.
afbeelding 21 - schelp
carraramarmer - lengte 45 cm
Zomaar een kop van speksteen, naar aanleiding van een bezoek aan de basiliek
van Vézelay, waar de kapitelen blijven inspireren.
afbeelding 22 - kop
speksteen - hoogte 25 cm
Zomaar een bilpartij van een prachtig brok Siennamarmer (oker), omdat de vorm van de steen vrijwel geen andere keuze liet.
afbeelding 23 - bilpartij
siennamarmer - lengte 28 cm
Omdat Janneke, mijn vrouw, gefascineerd is door het Boeddhisme, maakte ik voor
haar twee boeddha-beelden.
Het linkse is gehakt uit Belgisch hardsteen, dat ik gevonden heb in een container
bij een steenhouwer. Tesamen met de dubbele sokkel, waar ik lotusbloemen en
een slang in relief heb uitgehakt - met daarboven kommetjes voor olie en het
branden van wierook - heeft dit beeld de functie van een altaar.
Het rechtse beeld is een ongecompliceerde, vrolijke boeddha die ik eerst in
was boetseerde en daarna in brons goot.
afbeelding 24 - boeddha
|
afbeelding 25 - boeddha
|
In een aanvankelijk door Janneke spontaan bewerkt stuk speksteen zag ik de
contouren van een ruiter te paard. Met haar toestemming werkte ik dit idee verder
uit.
Omdat de grillige tekening van het speksteen de duidelijkheid van de vorm vertroebelden,
goot ik het beeldje later in brons.
afbeelding 26 - amazone
speksteen - lengte 19 cm
afbeelding 27 - amazone in brons
De tweede zwangerschap van Fenke inspireerde mij tot het boetseren van dit beeldje in was, waarbij ik mijzelf de opdracht gaf de ronde lijnen vanuit alle gezichtspunten zoveel mogelijk in elkaar over te laten lopen. Vervolgens goot ik het in brons.
afbeelding 28 - zwangerschap
brons - hoogte 25 cm
Om de mensfiguur te bestuderen is het gebruikelijk naar model talloze wasbeeldjes te maken, die vervolgens doorgaans weer worden vernietigd, om daarna weer opnieuw te beginnen. Omdat het mij aardig leek iets van die oefenstof voor het nageslacht te bewaren, goot ik er eentje in brons.
afbeelding 29 - la dolce vita
brons - hoogte 12 cm
Van dit beeldje heb ik twee afgietsels gemaakt. Een exemplaar was bestemd voor mijn ouders, een symbolisch gebaar voor hun 60-jarig huwelijksfeest, en een voor Lea Dasberg, die als pedagoog en persoonlijk begeleider van grote betekenis geweest is voor mijn opleiding en promotieonderzoek. Haar exemplaar staat bij haar thuis in Jerusalem en symboliseert de onmogelijk lijkende vrede tussen Israel en de Palestijnen.
afbeelding 30 - shalom
brons - hoogte 19 cm
Tijdens een wandeling langs de Oosterschelde vond ik een 'misbaksel', een wonderlijk verwrongen geel baksteentje, dat tussen allerlei ander puin waarschijnlijk eens als walbeschoeiing had dienstgedaan. Ik zag er onmiddellijk een madonna in en goot het, voorzien van een sokkeltje, in brons.
afbeelding 31 - madonna
brons - hoogte 24 cm
Tot slot enkele beelden 'in ontwikkeling', waarvan de definitieve vormen nog verder moeten worden gerealiseerd.
afbeelding 32 - picasso
kleimodel - hoogte 28 cm
afbeelding 33 - mariëlle |
afbeelding 34 - nan |
afbeelding 35 - trio
albast - hoogte 23 cm
afbeelding 36 - danaïde
serpentijn - lengte 48 cm